8. Wedijver tussen de discipelen over wie de grootste was

Wedijver tussen de discipelen over wie de grootste was.

Lukas 22:24-30

24 Er ontstond ook onenigheid onder hen over wie van hen geacht werd de belangrijkste te zijn.

25 En Hij zei tegen hen: De koningen van de volken heersen over hen, en wie macht over hen hebben, worden weldoeners genoemd.

26 Bij u echter moet dat zo niet zijn, maar de belangrijkste onder u moet als de jongste worden en wie leiding geeft als iemand die dient.

27 Want wie is belangrijker: hij die aanligt of hij die bedient? Is het niet hij die aanligt? Ik echter ben in uw midden als Iemand Die dient.

28 En u bent het die steeds bij Mij gebleven bent in Mijn verzoekingen.

29 En Ik beschik u het Koninkrijk, zoals Mijn Vader dat aan Mij beschikt heeft,

30 opdat u eet en drinkt aan Mijn tafel in Mijn Koninkrijk en op tronen zit en de twaalf stammen van Israël oordeelt.

Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt;
zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben.

John 13:33-35

33 Lieve kinderen, nog een korte tijd ben Ik bij u. U zult Mij zoeken, en zoals Ik gezegd heb tegen de Joden, zo zeg Ik het nu ook tegen u: Waar Ik heen ga, kunt u niet komen.

34 Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben.

35 Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt.

Jezus voorspelde dat Petrus Hem driemaal zou verloochenen

Markus 14:27-31

27 En Jezus zei tegen hen: U zult in deze nacht allen aanstoot aan Mij nemen, want er is geschreven: Ik zal de Herder slaan en de schapen zullen uiteengedreven worden. [Zacharia 13:7]

28 Maar nadat Ik opgewekt zal zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.

29 En Petrus zei tegen Hem: Ook al zullen allen aanstoot aan U nemen, ik echter niet.

30 En Jezus zei tegen hem: Voorwaar, Ik zeg u dat u vandaag, in deze nacht, voordat de haan twee keer gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen.

31 Maar hij zei nog krachtiger: Al moest ik met U sterven, ik zal U beslist niet verloochenen! En evenzo spraken zij ook allen.

John 13:36- 38

36 Simon Petrus zei tegen Hem: Heere, waar gaat U heen? Jezus antwoordde hem: Waar Ik heenga, kunt u Mij nu niet volgen, maar u zult Mij later volgen.

37 Petrus zei tegen Hem: Heere, waarom kan ik U nu niet volgen? Mijn leven zal ik voor U geven.

38 Jezus antwoordde hem: Zult u uw leven voor Mij geven? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De haan zal niet kraaien, voordat u Mij driemaal verloochend zult hebben.

(Zie ook Lukas 22:31-34, Matteüs 26:31-35)

Wordt vervolgd met: 9.  De woorden van Christus van het Nieuwe Verbond

Overzicht: De Christelijke Pascha Ceremonie

Gods Feestdagen kalender

[Bijbelteksten zijn ontleend aan de Herziene Statenvertaling © 2010 Stichting HSV’] [Nadruk van ons.]